Volgens het omgevingsplan mogen er straks twee appartementengebouwen met elk veertien woningen, alsmede een vrijstaande en een dubbele woning worden gebouwd. Verder wordt er voor bewoners en bezoekers een groot aantal parkeerplaatsen gerealiseerd zodat aan de parkeernorm wordt voldaan.
Tegen het plan is door een buurman herhaaldelijk gewezen op een bestaande erfdienstbaarheid. Een erfdienstbaarheid is een afspraak die is gemaakt tussen de eigenaren van stukken grond. Recht van overpad is zo’n erfdienstbaarheid.
In dit geval is in april 1994 de afspraak gemaakt dat de eigenaar van het perceel van bezwaarmaker “met een auto, al dan niet met een caravan, of met een ander (motor-)voertuig” van de garage op het achtererf via van erf van de voormalige wasserij Texoclean “naar de openbare weg kan gaan, en omgekeerd”. Die afspraak is vastgelegd in het kadaster.
Uitrit niet meer bruikbaar
Bij de behandeling van het omgevingsplan heeft de advocaat van de perceeleigenaar in een zienswijze omstandig uitgelegd dat, als het bouwplan wordt uitgevoerd, zoals in het omgevingsplan is aangegeven, zijn cliënt geen gebruik meer kan maken van zijn uitrit. Voor die uitrit is een draaicirkel nodig van minstens vijftien meter en het bouwplan maakt dat onmogelijk. De gemeenteraad heeft die bezwaren terzijde gelegd “omdat in de akte geen sprake is van een draaicirkel van vijftien meter”. De uitrit zou in de nieuwe situatie volgens de gemeentelijke juristen nog steeds gebruikt kunnen worden.
Beroep bij Raad van State
Daar is betrokkene het niet mee eens. In een beroepschrift heeft hij dat bezwaar en nog enkele andere bezwaren voorgelegd aan de Afdeling bestuursrechtspraak. Maar omdat dat beroepschrift geen opschortende werking heeft voor de plannen, is ook een spoeduitspraak gevraagd. Inmiddels kan hij door werkzaamheden op het terrein zijn garage niet meer bereiken. Daarom vraagt hij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak om het omgevingsplan te schorsen totdat einduitspraak in de zaak is gedaan. Binnenkort wordt het schorsingsverzoek behandeld. Als de Afdeling bestuursrechtspraak tot het oordeel komt dat de in het beroepschrift neergelegde bezwaren waarschijnlijk gegrond zijn, zal het verzoek worden gehonoreerd en moet gewacht worden met de werkzaamheden tot er een uitspraak is op het beroepschrift.